MALU DE BONT by Atlynn Vrolijk

'ZO MEISJES, GAAN WE KAARTEN OF GAAN WE WANDELEN?'

Malu de Bont (26) is redacteur bij ELLE Magazine, straatpraatjesmaker, maar bovenal een fervent oprichter en lid van de kaart-, voetbal- en wandelclub. Geen clubje gaat haar te ver, behalve dan misschien de paardrijclub. Ze groeide op in Haarlem, volgde haar studie journalistiek braaf in Utrecht, maar is tegenwoordig meer een Amsterdamse. Op haar drieëntwintigste verhuisde ze naar de hoofdstad om zich te nestelen tussen gelijkgestemden. Een omgeving waar er ruimte is voor genderontdekking, woorden, kunst en fantasie. 

Na afloop van het interview denkt ze dat haar woorden het best gedijen op Five Minutes van Her. ‘Ik krijg zo’n energie van dat nummer. En dan heb ik het nog niet eens over de seksuele lading dat het liedje heeft, want dat heeft het. Ik hoop dat zowel mannen als vrouwen van dit nummer kunnen genieten. Lekker geëmancipeerd.’ Dat laatste verklaart ze aan het einde van het interview. We beginnen met de vrouw.

Wat vind je van het huidige vrouwbeeld? Ik ben daar eigenlijk niet zo heel veel mee bezig. Dat lijkt me alleen maar goed. Als er heel veel niet klopt, dan moet je er wel veel mee bezig zijn. Zodra ik in mijn belevenis overal fluitend doorheen kan gaan, is er niet zoveel aan de hand. Ik begrijp dat de wereld groter is dan alleen mijn belevingswereld en dat er heel veel plekken zijn waar wel veel valt recht te zetten. Maar ik denk dat het goed is als je, zoals ik, niets te klagen hebt, je dat óók uitspreektIn mijn omgeving in Amsterdam zie ik zoveel verschillende vrouwtypes, er is zoveel vrijheid om feminien of masculien te zijn.’ 

Hoe probeer jij bij te dragen aan een positief vrouwbeeld? ‘Voor de rubriek bij ELLE 'Uit de kast' probeer ik mensen te selecteren die blij zijn met hun kledingkast omdat het hun kledingkast is, niet de kledingkast die ze denken te moeten hebben. Dat kan een vrouw zijn zoals Soesja Leugs; zij haalt haar kleding gewoon van de kringloop. Voor het blad vind ik dat ook interessant. We tonen al zoveel nieuwe mode. Het is soms ook goed om te laten zien dat wat er al goed en mooi is.’ 

Al die aandacht voor de celebrity-cultuur, voor de it-girls, ook door serieuze modebladen, wat vind je daar van? ‘Wat we dit soort vrouwen verwijten is dat ze geen talent hebben, maar we moeten wel beseffen dat deze ”niks-sterren” zich hebben bediend van trucjes die ook door andere celebrities, die misschien meer bon ton zijn, zijn gebruikt - bij hen vallen we er minder over. Wat me nog meer stoort, is dat er achter sommige celebrities of celebrityfamilies zo’n grote groep fans aan loopt, waardoor haters nog harder gaan gillen en dat zorgt uiteindelijk voor nog meer aandacht. Laten we gewoon een beetje luchtig met die ‘celebrities’ omgaan. Het is een sneeuwbaleffect. Het maakt niet uit over wie je zoveel praat, door al die exposure geef je mensen bijna niet meer de keuze om niet geïnteresseerd te zijn in bepaalde figuren. Ze worden gewoon door iedereens strot geduwd.’

Wie zou jij dan wel door iemands strot willen duwen? ‘Dan vind ik Susan Sarandon echt een fantastisch mens. Iedereen moet College Tour met haar kijken. Wist je dat ze een pingpongclub heeft? Iemand zoals zij, een actrice, die in dat hele Hollywood-gedoe zit, die heeft gewoon een pinpongclub waar ze vrolijk van wordt. Al acht of negen jaar. Zij lijkt me iemand die goed naar zichzelf kan kijken en luisteren.’ 

Wanneer vind jij iemand geslaagd? ‘Dit klinkt heel gezapig en cliché, en het is ook heel moeilijk om in deze tijd niet afgeleid te worden, want er is zoveel te zien, maar ik vind je geslaagd als je naar jezelf kan en durft te luisteren.’  

Lukt jou dat? ‘Ik probeer het. Ik heb nu twee weken vakantie en ik ga proberen niets te plannen en iedere dag precies te doen wat op dat moment in me opkomt. Dat is sowieso een ding waar ik de afgelopen maanden mee bezig ben. Ik herinner me de familievakanties van vroeger. Dat gevoel dat je als kind had als je je verveelde. Er was geen afleiding van een telefoon of iets dergelijks. Als je je verveelde moest je het met je omgeving doen. Daardoor leer je goed naar dingen kijken en raak je in een soort bubbel. We vervelen ons tegenwoordig niet meer zo snel. Er is altijd wel iets wat je moet doen, een plek waar je moet zijn, waardoor je niet makkelijk in zo’n bubbel komt. Dat probeer ik meer te doen.’ 

Je lijkt me wel iemand met een duidelijk doel, klopt dat? ‘Ik heb wel een paar rode lijnen die door mijn leven lopen. Maar ik ben totaal niet iemand die zegt over een half jaar wil ik dit of dat bereikt te willen hebben.’

Heb je een antwoord op de vraag: over tien jaar ben ik…? ‘Nee, dat weet ik niet. En dat vind ik ook heel fijn, om het niet te weten. Een heel prettig idee…’ 

Hoe hoop je oud te worden? ‘Misschien wel zoals Susan Sarandon. Ik heb trouwens ook heel veel clubjes; een wandelclub, een boekenclub, een kaartenclub. Wel met ongeveer dezelfde mensen. We zien elkaar drie keer per week en dan kiezen we gewoon welke clubavond het is. ‘Zo meisjes, gaan we kaarten of gaan we wandelen?’ 

Een kaartclub? ‘Dan gaan we eenendertigen in een café met drank erbij, vaak in maffioso thema. In ieder geval met rode lippenstift. Met de wandelclub gaan we bijvoorbeeld een half uur wandelen in Amsterdam-Noord. Ze hebben het nu over een paardenclub, maar daar moet ik dan weer niet aan denken.’

Je zit ook in een voetbalclub. ‘Een collega van werk ging een voetbalteam oprichten en vroeg of ik er ook bij wilde. Ik heb als klein meisje kort op voetbal gezeten en dacht: oh ja, dat is wel leuk. We spelen met acht meisjes en met zoveel meisjes bij elkaar moet je maar kijken hoe leuk het is. Ik ben er achteraf ook zo verbaasd over hoe extreem goed dat gaat. Die kende elkaar weer van die, die kende weer de ander. Als groep waren we nog geen vrienden maar dat is nu wel echt zo. Ik vind ze fantastisch. Iedereen in het team is zo verschillend. Ik kan met iedereen iets anders bespreken en doen. En ik moet om ze lachen. De hele tijd.’

Acht meisjes in een voetbalteam? ‘Ja. We staan met zijn vijven op het veld met een keeper. Footie heet dat. Zes tegen zes.’ 

Je valt ook op meisjes, toch? ‘Ja. Toch ben ik een paar maanden geleden ook met een man naar bed geweest, zonder spijt. Voordat ik naar Amsterdam kwam, heb ik ook wel eens met mannen geklooid, en toen ik vijftien was ben ik wel eens verliefd geweest op een man. Ik denk dat ik voor vijfennegentig procent op vrouwen val.’ 

Wil je dit definiëren of vind je het wel prima om het in het midden te houden? Om geen uitspraak te doen over je geaardheid? ‘Ik wil het in het midden houden. Niet omdat ik niet wil toegeven dat ik op vrouwen val, want ik zie mezelf niet met een man een relatie hebben. Maar omdat ik heel erg houd van het idee dat dit wel zou kunnen. Dat je je door een persoon kan laten verrassen, ongeacht of dit een man of een vrouw is. Daarom wil ik het niet definiëren.’ 

Wat vind je fijn(er) aan vrouwen? ‘Ik heb dit voor mezelf wel eens proberen te benoemen. Als ik met een man heb geslapen, vind ik alles gezellig en leuk maar voel ik nooit de behoefte om het nog eens over te doen. Ik weet nog wel dat ik voor het eerst met een vriendin besprak dat ik met een man was geweest. Ik wilde haar het liefst vragen wat dan de volgende stap was, of er een handleiding is voor hoe ik met een man moet omgaan. Het voelde niet natuurlijk aan. Alsof ik in een toneelspel zat waarin ik mijn tekst niet wist en op zoek was naar een souffleur die zou vertellen wat ik moest doen. Met vrouwen heb ik dat niet. Als ik dan iemand leuk vind, gaat alles vanzelf.’ 

Hoe oud was je toen je erachter kwam dat je van vrouwen hield? ‘Drieëntwintig. Hoewel ik het altijd wel geweten heb. Ik dacht lange tijd: misschien ben ik gewoon niet de juiste tegengekomen. Je kunt dat echt heel lang denken. Totdat ik verliefd werd op een docente. Toen had ik ineens iemand om mijn gevoel aan op te hangen en werd het tastbaar. Ik gaf vervolgens op Tinder aan dat ik op meisjes viel en toen ik ontdekte wat voor vrouwen er op vrouwen vallen, dacht ik alleen: jezus dat dit soort vrouwen bestaan! Het sloot destijds niet aan bij mijn beeld van een lesbische vrouw.' 

Wat vind je mooi? ‘Ik ben verliefd geweest op iemand vanwege haar intellect. Ik ben verliefd geweest op iemand vanwege haar impulsiviteit en lust voor het leven. Zij was zo onbedachtzaam, ongefilterd en niet pretentieus. De gemene deler is dat het altijd heel eigen meisjes zijn. En ik vind het leuk als ze mysterieus blijven.’  

Ben je feminist? Na lang nadenken: 'Ja.’

Hoe geef jij dat invulling? ‘Wat ik heel irritant vind, is als er in het onderwerp bij voorbaat al partij wordt gekozen voor de vrouw. Ik kies juist ook graag partij voor de man. Dat klinkt raar, maar dat is de manier waarop ik mij feministisch gedraag. Ik kan dat ook doen, want ik werk in een omgeving waarin enorm veel vrouwen werken en ik helemaal geen last ondervind van het feit dat ik vrouw ben, en kom op, ik woon in Amsterdam, ik hoef hier niet de barricaden op, in tegenstelling tot andere delen van de wereld. Ik vind dat we hier het onderwerp dan ook best wel breder mogen trekken en kijken naar welke stereotyperingen er voor een man nog spelen; in welk hokje moet een man zich vanaf zijn jeugd al in proppen? Een jongen van vijftien zal niet zo snel huilen bij zijn vrienden, meisjes van vijftien mogen hele uren met elkaar huilend doorbrengen. Dat is ook een genderongelijkheid, als je het mij vraagt. Emma Watson spreekt zich daar bijvoorbeeld mooi over uit.’

Wat wordt jouw aandeel in het emancipatiedebat? Wat zou jij willen bijdragen? ‘Misschien dat. Ik denk dat dit een juiste manier is om het onderwerp te benaderen.’ 

 

Photography by Vilain & Gai / Interview by Marjolein Stormezand